Je kan onderzoeksplannen en de uitvoering van onderzoek onderbouwd beoordelen en gebruikt daarvoor de Fontys ICT-onderzoekskaders.
Binnen mijn rol als docent-onderzoeker ligt de nadruk niet alleen op het begeleiden van onderzoek, maar ook op het beoordelen van de methodische kwaliteit ervan. In de context van Fontys ICT betekent dat: kijken naar onderzoek als proces van betekenisvolle keuzes, in plaats van als een checklist van verplichte onderdelen.
Ik beoordeel onderzoek aan de hand van de Fontys-onderzoekskaders, waarin de nadruk ligt op betrouwbaarheid, validiteit, relevantie en grondigheid.
Maar ik vertaal die academische begrippen naar gedragsindicatoren die studenten kunnen herkennen in hun werk. Op die manier maak ik beoordelingscriteria tastbaar, begrijpelijk en actiegericht.
De vertaalslag van criteria naar gedrag
| Kwaliteitscriterium | Betekenis binnen praktijkgericht onderzoek | Waar ik op let in het studentwerk |
|---|---|---|
| Betrouwbaarheid | De mate waarin een methode reproduceerbaar is. | Kan een andere student of professional dezelfde stappen volgen met vergelijkbaar resultaat? |
| Validiteit | Of de methode ook werkelijk antwoord geeft op de onderzoeksvraag | Sluit de gekozen methode aan bij de onderzoeksvraag en bij de context van het product? |
| Relevantie | De praktische toepasbaarheid van de bevindingen. | Leidt het onderzoek tot een concreet beter product, advies of inzicht voor de opdrachtgever? |
| Grondigheid | De diepgang en zorgvuldigheid van de uitvoering. | Heeft de student bewust gekozen en gereflecteerd op meerdere bronnen of perspectieven? |
Door deze criteria in gesprekken te koppelen aan zichtbaar gedrag, maak ik de beoordelingsmomenten leerinterventies in plaats van eindoordelen. Studenten leren niet alleen wat beoordeeld wordt, maar ook waarom dat relevant is.
Voorbeelden:
Feedback tijdens een afstudeerstage.
Student verwerkt feedback die gaat over grondigheid (brainstormen, iteraties en discussie).

Feedback op voortgang
Studenten verwerken projecten en de daarbij behorende onderzoeken in een portfolio, de bewijsstukken die daarin te vinden zijn beschouwen wij als geldig wat betekend dat ik daar veelal feedback op geeft.
Voorbeeld 1. In deze fase is de student begonnen met een project, heeft het een en ander gemaakt en in een portfolio verwerkt. Maar het mist nog betrouwbaarheid en relevantie.
Ik geef de student feedback op betrouwbaarheid, validiteit, relevatie en grondigheid.
Betrouwbaarheid: mis een hoofdvraag
Validiteit: waarom gebruikt je de Dubble Diamond
Relevatie: waarom gebruik je de Dubble Diamond en ga je interviews afnemen
Grondigheid: mis wel wat diepte

Voorbeeld 2. In sommige semesters laten wij docenten feedbackgesprekken door studenten zelf samenvatten. Ook hier heb ik vragen gesteld na gedrag binnen het kwaliteitscriterium.

Betrouwbaarheid: wat heb ik hiervoor gedaan wat is mijn aandeel
Validiteit: waar zitten jouw iteraties in context
Relevatie: waarom heb je cmd methodes gebruikt
Grondigheid: waar zitten jouw iteraties in context. Waarom heb je bepaalde CMD methodes toegepast en andere niet?